Mijn familie: broers, ouders, neven, nichten, ooms, tantes, grootouders, overgrootouders, betovergrootouders... Waar woonden ze, wat deden ze, hoe leefden ze, waren ze arm of rijk, leefden ze lang en gelukkig...? Vragen waar ik graag een antwoord op wil vinden.

Mijn vader Lambert Dirks was geboren en getogen in Maaseik. In zijn jonge jaren was hij actief bij de Maaseiker turnclub 'Sterk Als Eik' en hij zong bij het Maaseiker A-Capella zangkoor, net zoals zijn zus Anna.
Mijn moeder Maria Kools kwam uit Geistingen, een dorp dat haar nauw aan het hart lag. Ze ging al vrij jong ‘uit wonen’, m.a.w. tegen kost en inwoon bij ‘grote’ boeren hard labeur verrichten op het veld, bij de veestapel en in het huishouden. Dat alles in een tijd waarin nog geen elektrische huishoudtoestellen bestonden die het werk gemakkelijker konden maken.

Mijn ouders trouwden op 11 augustus 1939. Nog geen maand later, op 1 september 1939 werd mijn vader gemobiliseerd. Hij maakte de verschrikkingen van Wereldoorlog II mee. Na zijn dood vond ik een dagboek waarin hij die bange oorlogsdagen had genoteerd. 

In 2013 werd tante Lies, mijn meter en oudste zus van mijn moeder 100 jaar!  Het levenspad van deze kranige eeuwelinge liep niet altijd over rozen. Lees hier haar levensverhaal

Het perkament

Via mijn peter kwam ik in het bezit van een oud, vergeeld perkament met wapenschilden en nauwelijks leesbare teksten. Hij had het van mijn overgrootmoeder, Maria Catharina De Pollaert (van Pollaert, Pollart) gekregen. Inmiddels weet ik dat het een 'stamboom' betreft van baron François De Waes, gehuwd met Marie Joanne De Varick. Hoe mijn overgrootmoeder eraan kwam is een raadsel. (gegevens betreffende Pollart vond ik op Genwiki)

Het perkament gaf de aanzet in de zoektocht naar mijn familie.

In 1993 volgde ik de cursus ‘Hoe, waar, en waarmee maak ik mijn stamboom en mijn familiegeschiedenis op?’ gegeven door Lucien Bogers, archivaris te Genk. Daarna volgde nog een tweede cursus: ‘Ik maak ook mijn stamboom op’ gegeven door Mathieu Kunnen en Thieu Wieërs.
Intussen bezocht ik archieven, ondervroeg ik mijn moeder, tantes en nonkel en nam hun verhalen op. Mijn tante zong op haar 90ste met plezier enkele liedjes van vroeger, o.a  een lied dat ze in 1922 als 13 jarig meisje zong t.g.v. de Harlindis en Relindus ommegang

Nu, zoveel jaar later en 6 kleinkinderen rijker probeer ik de geschiedenis van mijn familie zowel langs vader als langs moederskant nog steeds aan te vullen, een kwartierstaat is immers nooit af! 


Opgelet: de oudste gegevens in de kwartierstaten zijn nog niet allemaal gecontroleerd, er kunnen fouten instaan, neem niet alles klakkeloos over! 

Aanvullingen, verbeteringen en foto's worden in dank aanvaard.